De Watersteeg in Veghel, een van de grootste locaties van BrabantZorg, stond medio 2025 voor een uitdaging. BrabantZorg zocht tijdelijke versterking na het wegvallen van de Manager Horeca & Facilitair (H&F). In een zorgorganisatie waar het draait om mensen, is goed facilitair management onmisbaar voor rust, continuïteit en kwaliteit. Dankzij eerdere samenwerkingen (Waaronder de IDDSI-training ‘Dat is even Slikken’) vroeg BrabantZorg Care Culinair om mee te denken over een passende oplossing.

Tijdelijke maar strategische versterking

Hoewel eten en drinken de kern is van wat Care Culinair doet, merken we dat vragen rondom facilitair leiderschap steeds vaker bij ons uitkomen. Ook in dit geval. Ruud Verkaaik, met ervaring in keukens en het bredere facilitaire werkveld startte in juni 2025 als interim Manager H&F. “Toen deze opdracht langskwam, wist ik: dit past,” vertelt Ruud. “Eigenlijk was het voor vier maanden, maar ik kreeg al snel de vraag of verlenging mogelijk was. Als we ergens beginnen, houden we daar rekening mee.”

Vijf dagen per week aanwezig

Ruud gaf leiding aan vijf teams: receptie, huishoudelijke dienst, technische dienst, horeca en keuken. Hij koos bewust voor vijf dagen aanwezigheid op locatie. Niet alleen om dichtbij te zijn, maar ook om overzicht te houden en vertrouwen op te bouwen. Mijn functie is nooit klaar. Juist door op locatie te zijn, kun je signalen direct oppakken. Zichtbaar zijn maakt daarin het verschil en de deur staat altijd open.” Belangrijk uitgangspunt daarbij: verbinding. Zijn eerdere rol in de IDDSI-training ‘Dat is even slikken’ zorgde bovendien voor een vertrouwd gezicht bij koks en zorgteams. Die bestaande connectie maakte het mogelijk om snel de juiste mensen aan tafel te krijgen voor nieuwe stappen.

Zichtbaar leiderschap en verbinding

Een concreet voorbeeld: keuken en horeca werkten eerder te veel langs elkaar heen, zonder sturing en eenduidigheid. Toen de assistent-manager horeca & facilitair met pensioen ging, greep Ruud zijn kans. De oplossing? Hij nam iemand aan die een dubbele rol vervult. 24 uur als assistent en daarnaast 12 uur in de keuken. Deze assistent heeft nu een coördinerende rol in de keuken, met als doel te zorgen voor sturing en continuïteit tussen de keuken- en horecateams.

Daarnaast werkte Ruud aan structurele verbeteringen die nu gedeeltelijk geïmplementeerd zijn:

  • Maandelijkse driehoeksoverleggen tussen keuken, diëtetiek en logopedie om consistenties en dieetwensen goed af te stemmen.
  • Duidelijkere communicatie tussen keuken en zorg over nieuwe bewoners: wat iemand gewend is, graag eet of juist niet.
  • Aansturing en samenwerking binnen het keukenteam werden verbeterd door structuur aan te brengen in taken en rollen.

Betrokken als facilitair manager

Ruud voltooide een GAP-analyse met de nieuwe visie op eten & drinken als leidraad. Hij besprak dit met regiomanagers Maarten Coolen (Meijerijstad) en Frank van Putten (Oss). In samenwerking met diëtetiek krijgen nieuwe bewoners vanaf januari 2026 een ‘intake’ in de keuken. Wat lusten ze graag, waar zijn ze aan gewend, wat willen ze absoluut niet? Maatwerk maakt het motto van BrabantZorg waar: Elke dag zo fijn mogelijk.

Ongebruikte meters kosten geld

Ruud zag een mooie kans om de verouderde en ongebruikte verdieping boven dagbestedingslocatie De Donk volledig op te knappen. “Toen de vraag kwam of wij tijdelijk ruimte hadden voor een huisartsenpraktijk die ging verbouwen, keek ik hoe we deze verdieping kunnen benutten. Het zijn tenslotte kostbare, ongebruikte vierkante meters. Daarom heb ik ervoor gekozen de verdieping te laten renoveren, zodat de huisartsenpraktijk zich hier tijdelijk kon vestigen. Omdat het kantoor in De Watersteeg te klein was heeft ook de thuiszorg hier een plek gevonden.”

Met positief effect, want dat oude kantoor heeft Ruud ook meteen laten renoveren. Nu is het een mooie gesprekskamer. “Praktische projecten moet je zien en oppakken, want mensen moeten verder,” aldus Ruud.

Nieuwe rolstoelen voor vooruitgang

Bij BrabantZorg lagen een aantal technische projecten stil, zoals de aanpassing van rolstoelen die dienen te voldoen aan de huidige eisen. Omdat organisatiebrede aanpak uitbleef, stelde Ruud voor om klein te beginnen. Regionaal of zelfs per locatie. Samen met de kwaliteitsverpleegkundige zijn de aanpassingen alsnog in gang gezet. Praktisch, effectief, haalbaar.

Regionale samenwerking

Hoewel Ruud zich richt op één locatie, is de samenwerking in regio Meierijstad sterk. Met de 4 overige locaties binnen de regio bespreken ze samen over de, financiële stand van zaken, de investeringsbegroting en ziekteverzuim in bijzijn van de regiomanager en de controller. In kwartaaloverleggen met verschillende organisatiebrede werkgroepen (zoals afvalverwerking, eten & drinken, huishouding en meer) komen belangrijke onderwerpen zoals eiwittransitie en duurzaamheid (Green Deal duurzame zorg 3.0) aan bod.

Basis op orde én ruimte voor vernieuwing

De winst?

  • Rust en overzicht in vijf facilitaire teams
  • Heldere taakverdeling en werkplezier
  • Concrete verbeterprojecten in gang gezet

Daarnaast staan meerdere verbeterprojecten in de steigers: het opfrissen van werkwijzen binnen de technische dienst, het beter vastleggen van dieetwensen, en het trainen van gastheren en -vrouwen in IDDSI-consistenties in de regio.

“Het is een pittige functie, facilitair manager, en je wordt aan alle kanten erin gezogen. Van het één komt het ander en dat moet je managen. Daarom is de opdracht ook verlengd om de lopende projecten zo goed mogelijk over te dragen naar mijn opvolger.”  

Ook behoefte aan facilitair ondersteunend management?

Tijdelijke ondersteuning op facilitair vlak kan veel meer betekenen dan simpelweg een overbrugging. Door de juiste kennis en betrokkenheid in huis te halen bouw je als organisatie juist aan continuïteit.

Geschreven door: Ruud Verkaaik, projectleider en facilitair manager (specialisatie grootkeuken)

In de moderne zorgverlening is IDDSI niet langer een onbekend begrip, maar juist een standaard geworden. Toch merken wij bij Care Culinair dat veel zorgorganisaties tegen de praktische implementatie aanlopen.

Wat is IDDSI nu precies? Hoe zien die levels eruit? En hoe zorg je dat iedereen in je organisatie er goed mee kan werken? In deze blog leg ik het je stap voor stap uit in heldere taal. Zie het als je toegankelijke gids door de wereld van IDDSI.

IDDSI betekenis: waar staat het eigenlijk voor?

Laten we beginnen bij het begin. De IDDSI betekenis: IDDSI staat voor International Dysphagia Diet Standardisation Initiative.

Iets makkelijker gezegd: een wereldwijd afgesproken manier om de dikte en structuur van eten en drinken duidelijk en eenduidig te beschrijven.

Het erkende framework is ontwikkeld door meer dan 5.000 professionals uit 57 landen, waaronder logopedisten, diëtisten, verpleegkundigen en voedingswetenschappers. Die hadden allemaal hetzelfde doel voor ogen: iedereen dezelfde veilige en begrijpelijke taal laten spreken rondom consistenties van voeding en drank.

Simpel gezegd is het dus een universele taal voor het beschrijven van voedsel- en vloeibare consistenties. In het leven geroepen om mensen met slikproblemen veilig te kunnen eten en drinken, ongeacht waar ter wereld ze zich bevinden of welke zorgverlener hen ondersteunt.

Waarom is IDDSI zo belangrijk?

Slikproblemen komen vaker voor dan we denken. Wereldwijd leven ongeveer 590 miljoen mensen met dysfagie. In Nederland heeft ongeveer 8% van de bevolking te maken met slikproblemen en bij ouderen in verpleeghuizen loopt dit percentage op tot zo’n 21%.

Slikproblemen kunnen leiden tot:

Om die reden is IDDSI een waardevol hulpmiddel. Het voorkomt gissen, interpreteren en aannames. Voor IDDSI bestond er een internationale wirwar van terminologieën. Onderzoek identificeerde maar liefst 54 verschillende benamingen voor voedselconsistenties en 27 verschillende termen voor vloeistoffen.

In Nederland spraken we over ‘vladikte’, ‘siroopdikte’ en ‘grofgemalen’, allemaal termen die subjectief en onbetrouwbaar zijn. De ene instelling bedoelde hiermee iets anders dan de andere en zelfs binnen één zorginstelling kon de uitvoering al verschillen. Niet elke vla is even dik, niet elke siroop heeft dezelfde viscositeit. Deze inconsistentie leidde tot communicatieproblemen en soms zelfs gevaarlijke situaties.

IDDSI lost dit op door objectieve testmethoden te introduceren: de spuitjestest, vorktest, lepeltest en andere meetbare criteria maken consistentie wetenschappelijk aantoonbaar en internationaal overdraagbaar.

De IDDSI-levels: een overzicht van alle 8 niveaus

Het IDDSI-framework bestaat uit 8 niveaus, genummerd van 0 tot en met 7. Deze niveaus zijn verdeeld in twee hoofdcategorieën: drinken (niveau 0-4) en eten (niveau 3-7). Niveau 4 vormt de overlap tussen beide categorieën.

IDDSI-levels voor drinken

NiveauNaamBeschrijvingTestmethode
0DunGewone dunne vloeistoffen zoals water, thee, koffieSpuitjestest: stroomt vrijwel volledig door
1Licht dikIets dikker dan water, vergelijkbaar met een heel dunne smoothieSpuitjestest: stroomt door maar langzamer
2Matig dikDenk aan tomatensap of een dikkere smoothieSpuitjestest: langzaam doorstromen
3Erg dikMilkshake-achtig, blijft op de lepel liggenLepel kanteltest en vorkdruppeltest
4Extreem dik/gepureerdGrens tussen drank en voedsel, zeer dikke consistentie zoals puddingVorkdruppeltest

IDDSI-levels voor eten

NiveauNaamBeschrijvingTestmethode
0GeliquidiseerdVloeibaar voedsel dat van de lepel afloopt, geen happen nodigLepel kanteltest
1GepureerdDikke puree die niet van de lepel afvalt, geen happen nodigVorkdruppeltest
2Fijngemalen en vochtigZacht, vochtig voedsel dat met vork geplet kan wordenVorkdruktest
3Zacht en hapklaarZachte stukjes die met vork geprikt kunnen wordenVorkdruktest
4Normaal/eenvoudig te kauwenGewone maaltijd, eventueel aangepast qua grootte of hardheidVisuele beoordeling

Niveau 4 is uniek omdat het zowel als drank (extreem dik) als als voedsel (gepureerd) kan worden geclassificeerd. Deze overlap is bewust ontworpen, omdat sommige mensen juist op dit niveau zowel vocht als voedingsstoffen kunnen binnenkrijgen. Denk aan dikke soepen, pudding of zeer dikke smoothies.

Hoe bepaal je welk IDDSI-niveau nodig is?

Het bepalen van het juiste IDDSI-level is geen taak voor keukenpersoneel of verzorgenden alleen, maar vereist professionele diagnostiek door een logopedist. De logopedist voert een slikanalyse uit en bepaalt op basis daarvan welke voedsel- en drankconsistenties veilig zijn. Het is dus echt teamwork.

Je keukenpersoneel en zorgmedewerkers zijn vervolgens verantwoordelijk voor:

Hoe ga je succesvol om met IDDSI?

Het op de juiste manier implementeren van IDDSI is meer dan het aanleren van testmethoden. Het is een organisatieverandering die commitment vraagt van verschillende niveaus en afdelingen. Bij Care Culinair onderscheiden we vier fases:

Fase 1. bewustwording en uitleg

Begin niet meteen in de keuken, begin met begrijpen. Zorg dat iedereen weet wat IDDSI is en waarom het belangrijk is.

Fase 2. training en praktijkervaring

Hier gebeurt het echte leren. Oefenen, testen en ervaren.

Onze praktijkworkshop Dat is even Slikken werkt om dit in de vingers te krijgen. Praktisch, laagdrempelig en vooral heel herkenbaar. Teams leren: slikproblemen herkennen, de IDDSI-levels toepassen, maaltijden bereiden die veilig en smakelijk zijn, tests uitvoeren, resultaten interpreteren en eten en drinken aantrekkelijk op te maken – het oog wil ook wat. 

Fase 3. receptontwikkeling en menu-aanpassing

Dit is waar veel organisaties vastlopen. Het is één ding om te weten wat IDDSI-niveau 5 is, het is iets anders om een smakelijke biefstuk op niveau 5 te maken die niet smaakt als babyvoeding.

Daarom heeft Care Culinair gratis IDDSI-receptenboeken ontwikkeld.

Receptenboek ontbijt, lunch, soepen en tussendoortjes: een selectie van dagelijkse recepten op verschillende IDDSI-niveaus, van smoothies tot hartige soepen

IDDSI-Kerstreceptenboek: feestelijke gerechten zodat ook mensen met dysfagie volwaardig kunnen meevieren tijdens de feestdagen – ja, zelfs glühwein is mogelijk!

Paasrecepten voor slikproblemen: seizoensgebonden inspiratie voor een smakelijk en veilig paasontbijt of -diner.

Fase 4. borging en monitoring

IDDSI werkt alleen als je het blijft doen. Met kleine stappen houd je het betrouwbaar en veilig

Tot slot: IDDSI is er om het leven makkelijker te maken

Het klinkt allemaal misschien wat technisch, maar IDDSI draait uiteindelijk om heel iets menselijks: veilig en met plezier kunnen eten en drinken. Met duidelijke stappen, goede uitleg en een beetje oefening wordt het een heel praktisch onderdeel van de dagelijkse zorg.

Wil je leren hoe IDDSI werkt in jouw zorgorganisatie?

Gelukkig sta je er niet alleen voor.

Wil je eens sparren of samen aan de slag? Je kunt altijd contact met ons opnemen. We denken graag met jou en de uitdagingen in jouw zorginstelling mee. 

Care Culinair helpt Levvel verder met de visie eten en drinken, voedselveiligheid en verduurzaming van de oude keukens.

Levvel biedt specialistische jeugdhulp aan kinderen, jongeren en gezinnen in Amsterdam en omgeving. Al sinds eind 2022 ondersteunt Care Culinair de organisatie bij alles rondom eten en drinken. Wat begon met de overstap naar een nieuwe foodserviceleverancier, groeit nu uit tot een stevige basis voor gezonde, lekkere en passende maaltijden binnen alle woon- en behandelvormen.

Een rol die verder gaat dan de keuken

Projectleider Peter Broekhof is inmiddels bijna drie jaar betrokken bij Levvel. Zijn rol als facilitaire projectleider ontwikkelde zich verder. Nu gaat het om het doorontwikkelen van de visie op eten en drinken en het borgen van voedselveiligheid.

Dat is hard nodig, want de context is complex. Jongeren bij Levvel verblijven in uiteenlopende woonvormen: van gezinshuizen tot dagbehandeling en van kleinschalig wonen tot klinieken. Elk met eigen behoeftes, mogelijkheden en uitdagingen. Peter: “De doelgroep is breed. Jongeren tussen 4 en 21 jaar, ieder in een andere levensfase, en met een ander niveau van zelfstandigheid. Maar allemaal in een cruciale periode waarin ze zich zowel lichamelijk als geestelijk ontwikkelen.”

Eten en drinken in verschillende levensfases als ontwikkelonderdeel

Die bewustwording is essentieel, benadrukt Peter. “Bij Levvel werken veel jongeren aan hun ontwikkeling. Juist dán wil je laten zien dat gezond eten invloed heeft op je energie, stemming en groei. We zien het als onze taak om die kennis en structuur te bieden.”

De nieuwe visie op eten en drinken biedt hierin houvast. Een bewuste term, want ‘voeding’ is te technisch. De visie neemt eten en drinken mee als volwaardig onderdeel van het zorg- en ontwikkeltraject. Niet als logistiek proces, maar als kans om vaardigheden aan te leren, eigen regie te stimuleren en bij te dragen aan gezondheid en welzijn.

Sociotherapeuten bereiden de maaltijden kleinschalig, vaak samen met jongeren. Een belangrijke stap is dat deze medewerkers ook bewust betrokken worden via een opleiding. “We willen dat iedereen die bijdraagt aan het eten en drinken weet wat de visie is, en hoe je die vertaalt naar de praktijk.”

Duurzaam én voedzaam

Naast het ontwikkelen van visie en beleid, werkt Peter samen met de verduurzamingsfunctionaris van Levvel aan de eiwittransitie. “Levvel heeft de Green Deal Zorg ondertekend en werkt toe naar een Milieuthermometer Zorg certificaat. Ze willen serieus werk maken van duurzamer eten. Tegelijkertijd moeten we goed kijken naar wat jongeren in deze levensfase nodig hebben aan bouwstoffen. We vervangen niet zomaar dierlijke eiwitten, maar zorgen voor volwaardige alternatieven.”

De eerste gesprekken over maaltijdconcepten zijn gestart. Daarbij kijkt Peter per woonvorm naar wat past: “Een kleinschalige groep waar ze zelf koken vraagt iets anders dan een kliniek met 24-uurszorg. Uiteindelijk willen we per type voorziening een passend concept ontwikkelen, binnen de kaders van de visie en duurzaamheid.”

Keukens blijven een uitdaging

Een groot deel van de keukenvernieuwing bij Levvel staat nog op de planning. Daarbij komt niet alleen de keukeninrichting zelf aan de orde, maar ook zaken als de installatietechnische randvoorwaarden en schilderwerk. “Vanwege het huurbeleid ligt het tempo lager dan we zouden willen, maar we zijn vasthoudend. En zolang er vooruitgang zit in de voorbereiding, blijf ik me inzetten. Mijn opdrachtgever Peter Booij zei laatst nog: ‘Je stopt hier toch niet mee?’ Nee, ik ga door tot de keukens staan.”

Tijdelijke rol met blijvende impact

“Ik begon formeel als projectleider eten en drinken, maar in de praktijk ben ik breder inzetbaar. Juist dat vertrouwen, weten dat je expertise gewaardeerd wordt, zorgt ervoor dat we echt stappen zetten.” Een mooi voorbeeld van hoe facilitaire interim-opdrachten uitgroeien tot waardevolle samenwerkingen.

Vooruitblik

In de komende maanden werkt Peter bij Levvel verder aan het concreet maken van de visie op eten, drinken en maaltijdconcepten, afgestemd op de verschillende woonvormen. Ook wordt de implementatie van voedselveiligheid en het tegengaan van voedselverspilling verder vormgegeven.

Ook (tijdelijk) een facilitair professional nodig?

Zoek jij, net als Levvel, tijdelijke ondersteuning op facilitair vlak, bijvoorbeeld vanwege ziekte, vakantie of een openstaande vacature? Care Culinair helpt je snel aan een ervaren projectleider of teamleider met een overvloed aan kennis van eten en drinken in de zorg.

Geschreven door: Jeroen Krielaart

In november 2022 werd de nieuwe Green Deal Duurzame Zorg 3.0 ondertekend. Een akkoord dat niet alleen mooie woorden bevat, maar ook harde doelstellingen: 30% minder CO₂-uitstoot, 25% minder restafval en serieuze stappen in gezondheid. Veruit de meeste zorginstellingen hebben zich inmiddels verbonden aan deze Green Deal en proberen via de Milieuthermometer Zorg het niveau brons, zilver of goud te behalen.

Maar het antwoord op de vraag hoe we die doelen bereiken, ligt niet alleen in beleid en rapporten. Het vraagt om een integrale aanpak: van strategische keuzes tot praktische uitvoering. Duurzaamheid in de zorg begint bij mensen. En bij samenwerking. 

Eten en drinken om de doelen van de Green Deal Duurzame Zorg 3.0 te halen

In eten en drinken liggen in de zorgsector kansen die vaak worden onderschat. Zorginstellingen die strategisch investeren in gezonde, duurzame menu’s zien niet alleen een hoger kwaliteit van leven, maar ook lagere zorgkosten. Jouw inkoopkeuzes van vandaag, bepalen een groot deel van je voetafdruk morgen. En die 30% voedselverspilling waar Nederlandse zorginstellingen tegenaan lopen? Niet alleen zonde van het met liefde bereide eten en drinken, maar ook van CO₂, energie, grondstoffen en materialen die letterlijk in de afvalbak verdwijnen.

Zie je het patroon? Met andere woorden: iedere maaltijd is een kans om dichter bij de doelen van de Green Deal 3.0 te komen. Om die reden werkt Care Culinair voor duurzame zorg altijd samen met zorginstellingen aan een integrale aanpak. Geen losse acties, maar een traject van visie tot en met implementatie. Altijd samen met de mensen op de werkvloer.

Green Deal Duurzame Zorg: een gedragen visie 

Een duurzaam voedingsbeleid begint bij ambitie. Maar ambitie zonder draagvlak blijft hangen in goede bedoelingen. Daarom starten we bij Care Culinair met het creëren van begrip. Via interviews, 0-metingen en een data-analyse ontstaat een helder beeld van de huidige situatie. Vervolgens wordt samen met medewerkers een visie ontwikkeld die niet alleen strategisch klopt, maar ook voor iedereen herkenbaar en praktisch uitvoerbaar is. Die visie krijgt vorm in concrete doelstellingen:

Van wat naar hoe: de praktische vertaling

Het mooie aan voedingsmanagement is dat het tastbaar is. Het is geen abstracte duurzaamheidstheorie, maar heel concreet. Lekker en gezond eten en drinken voor echte mensen. Maar hoe vertaal je papieren ambities naar praktische uitvoering? 

Meten en bewustzijn begint bij alle medewerkers
We zien te vaak zorginstellingen die vol goede moed beginnen aan duurzamer koken zonder te weten waar ze nu echt staan. Begin dus bij de basis. Hoeveel kilo aan eten en drinken verdwijnt er nu dagelijks in de afvalbak? Welke kosten zitten daaraan verbonden? Geloof me, die cijfers kunnen inzichtelijk of zelfs verrassend zijn.   

Meteen een indicatie van je voedselverspilling? Meet het via de WasteWijzer en kom direct ook meer te weten over hoeveel kosten je zorginstelling kan besparen. 

Meten omzetten in actie 
Hier ligt een grote kans. Want die 30% voedselverspilling is niet alleen een kostenpost, het is ook een aangrijpingspunt voor de doelstellingen van de Green Deal Duurzame Zorg 3.0. Maar waar begin je? Bij de oorzaak. In de praktijk zie ik drie hoofdcategorieën waar eten en drinken verloren gaat: 

Bij veel zorginstellingen ontbreekt het aan deze kennis over de voorkeuren van cliënten. Wat vindt de cliënt lekker? Wat eet de cliënt op? Wat laat de cliënt liggen? Zonder die inzichten is het lastig om te verbeteren.

Duurzame zorg vraagt om begrip, kennis en kunde

Zoals we hierboven zien vraagt een duurzaam en gezond voedingsconcept dus om kennis en vaardigheden. Daarom investeert Care Culinair in training en coaching. Medewerkers leren niet alleen hoe ze het voedingsproces duurzamer kunnen organiseren en uitvoeren, maar ook waarom hun keuzes ertoe doen.

Het geheim? Investeren in de kookvaardigheden van keukenassistenten in restaurants van je zorglocaties of kennis en kunde verhogen bij afdelingsmedewerkers rondom lekker koken. Want gezond eten en drinken kan tegelijkertijd ook lekker zijn.

De beproefde aanpak van Care Culinair draait om betrokkenheid. Van beleidsvorming tot en met de uitvoering en borging, nemen we alle betrokkenen mee in het belang van eten en drinken – en hoe dat duurzamer kan. Zo verbinden we begrip en draagvlak aan richtinggevend beleid, en koppelen we haalbare uitvoering aan meetbaarheid en borging.

Borging van duurzame zorg
Zelfs het beste plan slaagt niet zonder de mensen die het uitvoeren. Duurzaamheid mag geen abstract idee blijven, maar moet geïntegreerd zijn in de hele bedrijfsvoering. Dat vraagt om heldere rollen, functiebeschrijvingen en regelmatige evaluatie. In plaats van regels op te leggen, investeert Care Culinair daarom in culinair coaching. Medewerkers leren hoe ze samen kunnen werken aan doelen, zonder te pushen.

Samen werken aan duurzame zorg

De Green Deal Duurzame Zorg 3.0 is geen verplichting, maar een kans. Zorgorganisaties die nu investeren, bouwen aan een voorsprong. Ze voldoen niet alleen aan de eisen van morgen, maar creëren een gezondere, duurzamere omgeving voor cliënten en medewerkers.

Care Culinair begeleidt zorginstellingen bij het realiseren van deze doelen. Niet met standaardoplossingen, maar met maatwerk en betrokkenheid. Want duurzaamheid in de zorg doen we samen. Met visie en met mensen.

En als je niet weet waar je moet beginnen: dan weet je ons te vinden.

Care Culinair begeleidt zorginstellingen bij het omzetten van Green Deal Duurzame Zorg 3.0 doelstellingen naar een concrete en praktische aanpak.

Hoe zorg je dat nieuwe medewerkers in de zorg écht goed van start gaan? Niet met een snelle inwerkdag, maar met een zorgvuldig opgebouwd programma waarin alles samenkomt. Kennis, praktijkervaring en de motivatie om bij te dragen aan het welzijn van bewoners. Avoord, een zorgorganisatie met verschillende locaties in Noord-Brabant, nam die uitdaging aan, samen met opleidingspartner Educared en Care Culinair.

Een warm welkom, met inhoud

Iedere maand starten nieuwe gastheren en gastvrouwen met de zesdaagse onboarding. Speciaal gericht op mensen die dagelijks in contact staan met bewoners, vaak nog zonder zorgdiploma, maar met een groot zorghart. Denk aan zij-instromers die de overstap maken. Zonder ervaring in de zorg, maar met een duidelijk doel: iets willen betekenen.

Voor deze groep is een goede start essentieel. Het complete programma behandelt thema’s als dementie, communicatie, hygiëne, de Wet zorg en dwang, en het weekmenu, vertelt betrokken trainer Peter Broekhof. Onderwerpen die ook terugkomen in de praktijktraining Koken is Leuk!

Leren door te doen

Eten en drinken is een belangrijk onderdeel van het programma, maar dat kwam nog niet voor in het aanbod van Educared. Daarom vroeg Avoord aan Care Culinair om bij te springen als specialist eten en drinken, onder andere in een nauwe samenwerking met Educared. In een reeks van zes lesdagen maken nieuwe gastheren en gastvrouwen kennis met alle facetten van hun vak. Zo staan er twee varianten van de Schijf van Vijf op het menu: die van Avoord voor het bevorderen van zelfredzaamheid van cliënten en de hiervoor belangrijke Schijf van Vijf van het Voedingscentrum.

 

Een veilige start met impact

Met zowel e-learning modules als een praktijkgedeelte is het een intensieve onboarding, maar wel een die goed aansluit op de praktijk. “Een pittige training, maar wel ontzettend leuk.” aldus Peter. “Zo leren deelnemers in kleine groepen werken met het principe van hybride koken: een mix van vers en gemak. Maar daarnaast ook bestellen en voorraad houden, beperken van voedselverspilling, voedselveiligheid en hoe ze zelf een weekmenu samenstellen dat past bij de richtlijnen en de behoeftes (zoals aangepaste IDDSI-consistenties) van bewoners.”

Er is veel aandacht voor houding en nieuwsgierigheid: hoe kun je bewoners betrekken bij de maaltijd? Hoe ga je om met lastige situaties zoals slikproblemen en onbegrepen gedrag, en hoe stem ik dat goed af met zorgcollega’s?

De kracht van herhaling

Wat deze aanpak bijzonder effectief maakt, is de structuur. Iedere maand begint het onboardingprogramma opnieuw als vast onderdeel van het inwerktraject. Zo ontstaat een basisniveau voor alle nieuwe medewerkers. Of ze nu net van school komen, of jarenlang in een andere sector hebben gewerkt.

Drie jaar eerder volgden horecamedewerkers van Avoord al de praktijkopleiding ‘Dat is even Slikken’. Met de komst van nieuwe medewerkers blijft de kennis leven binnen de organisatie.

Van tankstation naar huiskamer

Een opvallend detail: steeds meer deelnemers maken bewust een carrièreswitch. “Sollicitanten komen uit allerlei branches. De een zat in de transportwereld, de ander werkte als voormalig directiesecretaresse. Laatst zaten twee jonge vrouwen (tankstation en supermarkt) in de groep. Ze willen meer betekenen voor de maatschappij, met name voor ouderen.” Die motivatie blijkt aanstekelijk. En dat zie je terug: deelnemers zijn betrokken en durven zich open te stellen.

Zelfverzekerd gaan ze aan de slag voor een warm welkom, een kopje koffie met aandacht, of een herkenbare maaltijd. Voor bewoners van Avoord zijn het juist deze kleine momenten die een grote rol spelen in het dagelijks geluk.

Investeren in mensen is investeren in welzijn

Zeker in een tijd waarin personeel schaars is, maakt een goed inwerktraject het verschil. Zowel voor de medewerker als voor de cliënt. Deze samenwerking tussen Avoord, Care Culinair en Educared laat zien hoe de focus op vaardigheden, bewustwording en zelfvertrouwen helpt medewerkers om zich wendbaar en professioneel op te stellen. En dat maakt het werk ook leuker. “Wat we vooral terugkrijgen is dat mensen zich gezien en serieus genomen voelen. Ze merken dat ze er toe doen.” sluit Peter af.

Wil je weten wat Care Culinair voor jouw organisatie kan betekenen op het gebied van gastvrijheid of onboarding? We denken graag met je mee.

Met zijn ervaring in hospitality én de zorgsector voelt Jurriaan Polak zich helemaal thuis bij Care Culinair. “Wat mij drijft? De beleving van eten, drinken & gastvrijheid binnen de zorg, naar een zo’n hoog mogelijk niveau brengen.”

Sinds maart 2025 versterkt Jurriaan het team van Care Culinair als Salesmanager. Hij studeerde aan de Hotel Management School Maastricht en maakte de bewuste keuze om zijn kennis van gastvrijheid in te zetten buiten de horeca. “In het derde jaar van mijn opleiding koos ik voor de minor Horizons in Hospitality. Binnen deze afstudeerrichting ligt de focus op de rol die gastvrijheid speelt binnen andere branches dan enkel de horeca. Waaronder bijvoorbeeld dus ook Care & Cure. Ik liep stage bij een zorgorganisatie in Tilburg. Toen merkte ik hoe groot de impact van goed eten en drinken is op het dagelijks leven van bewoners en dat we hier nog veel aan kunnen verbeteren. Daar is voor mij echt het vuurtje gaan branden.”

“Alles wat we doen, doen we uiteindelijk voor de bewoners”

Jurriaan ziet dat de zorgsector zich in rap tempo ontwikkelt, en dat eten en drinken daarin gelukkig steeds meer aandacht krijgt. “We zitten in een shift: van bewoners die nog warm aten tussen de middag naar een generatie die ’s avonds warm eet. Dat vraagt om andere processen – zeker in een tijd waarin we met minder mensen en middelen meer moeten doen. Als we daar ieder jaar al 1% of 2% winnen, is dat positief voor bewoner en medewerker.”

Met een scherp oog voor efficiëntie én beleving kijkt hij waar processen slimmer en duurzamer kunnen.

“Voedselverspilling is echt een hot topic. Niet alleen in de zorg, maar wereldwijd. Vooral de financiële efficiëntieslag die zorginstellingen met wastereductie kunnen maken vind ik interessant. Door onze aanpak met de Waste Wijzer kunnen we real-time alle verspilling in kaart brengen en samen met de organisatie gericht sturen op reductie van waste. Beter voor de wereld & bovendien een essentiële tool om kosten te besparen voor de zorgorganisatie.”

Blijven (bij)leren

Tijdens zijn werk bij eerdere werkgevers kwam Jurriaan al in aanraking met slikproblematiek binnen ouderenzorg, maar het IDDSI-model leerde hij pas écht goed kennen bij Care Culinair. “Ik was verrast hoeveel zorgorganisaties daar nog maar weinig van weten. En tegelijkertijd ook enthousiast, want hier kunnen we zoveel betekenen.” Jurriaan doelt op de opleidingen en trainingen van Care Culinair die direct toepasbaar zijn in de praktijk. “Of het nu gaat om IDDSI of het programma ‘Koken is Leuk!’, we geven mensen handvatten én het vertrouwen om met bewoners aan tafel het verschil te maken. En als je dan merkt dat medewerkers meer werkplezier ervaren en bewoners beter eten. Dan weet je: dit werkt.”

Samen koken, samen leren

Gedurende zijn inwerkperiode was Jurriaan actief betrokken bij de lopende projecten. Van grootschalige zorginstellingen tot kleinere zorgorganisaties – overal ziet hij kansen. Hij is vooral enthousiast over de rol van praktijkcoaches. “Coaching on the job werkt echt, dat zie je meteen. De vertaalslag naar de dagelijkse praktijk wordt daardoor heel concreet. Je ziet ook echt het enthousiasme groeien onder de medewerkers. Uiteindelijk blijft het belangrijk dat iedereen in de organisatie de gehele visie op eten en drinken kent en ondersteunt. Van welzijnsmedewerker tot bestuur. Dat maakt het veel makkelijker om deze visie te verweven en te borgen in de dagelijkse werkzaamheden.”

Wat waardeer je het meest, nu je Care Culinair beter kent? 

“Wij komen niet alleen met een mooie en passende visie op papier, wij kunnen hem daadwerkelijk van A tot Z gericht in praktijk brengen en borgen. Dat is wat ons onderscheidt in de markt. Door medewerkers, management en leveranciers op één lijn te brengen, ontstaat er een gedeelde visie op eten en drinken. En dat zie je terug in het resultaat.”

Schakelen, contact maken en verbinden 

Momenteel is Jurriaan vooral bezig met het leggen van nieuwe contacten in de markt. “In mijn rol bij Care Culinair houd ik mij bezig met relatiebeheer & acquisitie binnen Care & Cure. We denken mee met de leverancier én met de zorgorganisatie. Want alleen samen kun je het eet- en drinkproces echt optimaliseren.” Hij sluit af met een brede glimlach: “Er is nog zoveel te winnen op het gebied van eten & drinken binnen Care & Cure. Het mooie aan Care Culinair is dat wij de kennis én gepassioneerde mensen in huis hebben om die potentie ook echt te benutten.

Meer aandacht voor persoonlijke, gezonde en duurzame eetmomenten voor bewoners. Bij De Wever in Tilburg is reablement een belangrijk onderwerp, de eigen regie van bewoners versterken om meer gezellige en leuke dagen te beleven. De uitdaging: samenwerken in een gevarieerd team van zorgmedewerkers, woonondersteuners, en welzijnsmedewerkers, in combinatie met familie en mantelzorgers. Care Culinair ondersteunt De Wever in dit meerjarige traject met de visie en implementatie daarvan.

Naast de bewoners ervaren ook de medewerkers positieve effecten: meer werkplezier, een sterkere samenwerking en betere kennisborging. Hoe we dat bereiken lees je in dit artikel.

Van pilot naar organisatiebrede verandering

Na de succesvolle pilot bij de locatie Boshuis in 2023, besloot De Wever om de samen met Care Culinair ontwikkelde visie op eten en drinken verder uit te breiden en door te voeren in de hele organisatie. Locatie voor locatie werken De Wever en Care Culinair aan structurele verbetering waarbij het eten en drinken écht aansluit bij de beleving en behoeften van bewoners. Projectleider Peter Broekhof van Care Culinair benoemt: “We zijn nu bezig met locatie elf van de dertien. Het is een intensief traject, maar het maakt echt verschil.”

Visie en uitvoering in alle lagen

“Vroeger, wanneer mensen in de zorg terechtkwamen, werden ze binnen een week bij wijze van spreken al tien jaar ouder. Ze hoeven niet meer te koken, schoonmaken. Nu stimuleren we juist dat bewoners blijven meedoen.” vertelt Peter. De nieuwe aanpak sluit aan bij het gedachtegoed van reablement: bewoners zo veel mogelijk blijven betrekken bij dagelijkse handelingen, zoals tafeldekken, keuzes maken voor het menu of het helpen bereiden van een broodmaaltijd. Eigen regie blijft centraal staan, ook als de zorgvraag toeneemt.

Elke locatie doorloopt een zorgvuldig opgebouwd programma van zo’n 15 tot 20 weken, dat rekening houdt met de werkdruk. Wat dit traject bijzonder maakt, is verandering op alle niveaus:

Zo ontstaat draagvlak én continuïteit. Deze lagen versterken elkaar en zorgen ervoor dat de verandering niet afhankelijk is van losse personen.

Zelfredzaamheid en reablement als uitgangspunt

Aan de basis van het traject liggen interviews en locatiescans. Uit observaties bleek onder andere dat bewoners weinig invloed hebben op het menu en veel mogelijk is om voedselverspilling terug te dringen. Kennis over eten en drinken ontbreekt vaak of is verouderd. “Dit komt allemaal aan bod in het ambianceplan. In de interactieve sessies besteden we hier extra aandacht aan.” 

Elke locatie start met een kaderbijeenkomst voor het locatiemanagement. De cliëntenraad is hierin een vaste gesprekspartner, gevolgd door een werkgroep met medewerkers van zorg, welzijn, woonondersteuning en horeca. Samen werken zij aan het ‘ambianceplan’: een basis met afspraken over onder andere bewonersparticipatie, bestellingen en menuontwikkeling, gebaseerd op de visie van De Wever.

En wie kennen de bewoners als geen ander? Per afdeling pakken medewerkers het plan verder op en maken het eigen, met als uitgangspunt: herkenbare ritmes en een beleving die aansluit bij de leefwereld van bewoners. “Het biedt houvast én ruimte voor maatwerk.” aldus Peter.

In co-creatie werken aan draagvlak en borging

Naast de visie en het ambianceplan is scholing een belangrijk onderdeel. Alle woonondersteuners volgen de training Koken is Leuk!, met e-learnings over basisprincipes zoals de Schijf van Vijf en HACCP, interactieve sessies en begeleiding op de werkvloer. Over de weken heen besteden medewerkers 20 uur aan het traject. “We weten dat we wel wat vragen van de drukke woonondersteuners. Maar we weten ook dat dit werkt en het inzet nodig heeft om de vruchten af te werpen.” Op een aantal locaties, zoals De Bijsterstede, hebben de deelnemers het certificaat al behaald!

Care Culinair certificatenuitreiking De Wever locatie de Bijsterstede. 12 nieuwe Koken is Leuk! alumni!

De horecacoördinatoren, twee per locatie, volgen daarnaast ook de training Culinair Coaching en bouwen aan de relatie met de afdelingen. Zij zorgen na afloop voor borging, beantwoorden vragen van collega’s en houden het ambianceplan actueel met de resultaten van verspillingsmetingen en cliënttevredenheidsenquêtes.

“We kijken samen met de teams hoe het loopt, geven tips en stellen kritische vragen.” legt Peter uit. “Dat zorgt voor betrokkenheid, duidelijkheid en meer rust bij de maaltijd.” Sommige locaties hebben zelfs een speciaal mailadres aangemaakt voor vragen aan de Culinair Coaches!

Wat zijn de voelbare veranderingen in de praktijk?

Bewoners blijven zo veel mogelijk zelf doen. Niet om de schaarste in de sector op te lossen, maar om zo lang mogelijk vitaal te blijven. “Je ziet dat woonondersteuners uit huiskamers, soms maar 50 meter bij elkaar vandaan, nu kennis uitwisselen en tips delen. De onderlinge dynamiek is beter nu ze de training buiten hun eigen bubbel volgen. Het neveneffect is dat ze in de toekomst veel meer gaan samenwerken en nog meer kennis uitwisselen. Medewerkers voelen zich zekerder nu er een duidelijke structuur in hun werk zit en dat is mooi om te zien.”

In de restaurants hebben medewerkers meer oog voor duurzaamheid en de eiwittransitie, de stimulering van plantaardige eiwitten. Gezonde alternatieven maken verstandige keuzes eenvoudiger.

En hoe gaan medewerkers met de veranderingen om? Peter: “Niet alles gaat vanzelf. Maar als mensen merken dat bewoners beter eten, en meer onderling verbonden zijn, dan zie je de energie terugkomen. Het project gaat leven nu ze de kans hebben aangenomen om eten en drinken niet slechts als zorgtaak zien, maar een kans om welzijn, eigen regie en werkplezier te versterken.

Dat merkt Penny Matitaputty ook als Coördinator Horeca en Gastvrijheid: “Goed eten is niet alleen een maaltijd, maar ook een moment van verbinding. Vanuit Culinair Coaching bij de Bijsterstede brengen we smaak, zorg en vakmanschap samen. Elke dag opnieuw.”

Een voorbeeld voor de hele zorgsector

De kracht van dit traject zit in de combinatie van visie, training, werkvloerbegeleiding én borging. Deze zijn onlosmakelijk verbonden en worden allemaal begeleid door Care Culinair. Als je dat met aandacht doet, ontstaat iets moois. Daarmee is De Wever een inspirerend voorbeeld voor andere zorgorganisaties. “De Wever investeert in borging, met ruimte voor de Culinair Coaches om hun rol echt goed neer te zetten. Daardoor blijft de kennis behouden en de visie nagestreefd, ook als wij straks weg zijn.” sluit Peter af.

Wat begon als een interim-functie als Teamleider Voeding, hield uiteindelijk meer in dan rust en duidelijkheid brengen en houden binnen het centrale keukenteam van het ETZ Elisabeth.

Vernieuwing en duidelijkheid

Met een frisse blik en een gedreven aanpak ging Ruud Verkaaik aan de slag. Zijn eerste prioriteit? Rust en duidelijkheid creëren in de ploegendiensten. Met een nieuw basisrooster conform de CAO, weet iedereen nu minstens drie maanden vooruit waar ze aan toe zijn. Dat bracht duidelijkheid in diensten, uren en weken.

Andere aandachtspunten kwamen naar boven tijdens de opdracht. Deze zijn op eigen initiatief opgepakt als uitbreiding van de opdracht door de Teamleider Voeding. Ruud Verkaaik vertelt over het proces: “Je krijgt signalen binnen, die pak je op om je service naar patiënten toe nog mooier en beter te maken. Voordat je het weet, zit je met een best wel complexe opdracht, maar dat is het leuke daaraan.” Zo herschreef Ruud de werkomschrijvingen met een multifunctionele insteek, maakte hij een aanzet om het verouderde noodplan aan te laten sluiten op het ZiROP protocol, en ontwierp hij met het team een basis voor een meer gevarieerde menucyclus voor de dialyseafdelingen. Zijn opvolger heeft deze veranderingen na de interim-periode verder doorgevoerd binnen de organisatie.

Jaargesprekken hervat: een open dialoog

Na drie jaar zijn jaargesprekken weer een terugkerende gewoonte. “Het voeren van de jaargesprekken was best veel werk maar aan de andere kant is het natuurlijk wel heel fijn dat je zo de mensen leert kennen. Je krijgt wat mee over de achtergrond en de gedachtegangen binnen de organisatie. Mensen voelen zich gehoord, en dat is het belangrijkste.”

Kwetsbaarheid verminderen in de keuken

In totaal vielen drie teams binnen het voedingssegment: voedingsadministratie, een groep koks, en als grootste groep de keukenassistenten. Een knelpunt was dat de drie teams te kwetsbaar waren doordat medewerkers vaak maar één specifieke taak hadden. Met name de grote groep keukenassistenten miste sturing en een luisterend oor. “Je bent zo kwetsbaar als de zwakste schakel, dat kwam naar voren uit de jaargesprekken en dan is het gewoon heel mooi om daarop in te spelen. Iedereen moet overal inzetbaar zijn. Daarnaast wisten de medewerkers die voeding vertegenwoordigen op de afdelingen totaal niet wat er in de keuken omging en andersom. Juist die zorgassistenten zijn de klant van die keuken, de cliënt is de eindbestemming. Door medewerkers op meer fronten inzetbaar te maken, is het team nu veerkrachtiger. Het staat niet stil zodra iemand ziek of op vakantie is.”

Teams gaan nu flexibeler om met taken, nu meerdere medewerkers weten hoe ze moeten bestellen, het programma hanteren, onderhoud uitvoeren en roosterwijzigingen aanpassen. De onderlinge afstand tussen de teams is verkleind.

De weg naar stabiel leiderschap

Aanvankelijk was de bedoeling dat de invoering van de veranderingen vier maanden zou duren, waarna een nieuwe teamleider het zou overnemen. Vanwege de vele extra taken die erbij kwamen en de gewenste rust in de organisatie, is de opdracht verlengd. De nieuwe teamleider is vervolgens gestart op de locatie TweeSteden. “Ik heb wel een heel goed contact gehad, dus dat die connectie er ook wel was. Uiteindelijk is er een nieuwe Teamleider Voeding gevonden voor de locatie Elisabeth, waarmee mijn opdracht beëindigde.” Ondertussen hield Ruud zich bezig met onderstaande uitdagingen.

HACCP- en ARBO kennis bijspijkeren

Weekendkrachten en uitzendkrachten hadden onvoldoende kennis van het ETZ- voedingsconcept en van de HACCP- en ARBO-eisen. Deze medewerkers kregen een praktische instructie om kennis te krijgen van het voedingsconcept. De HACCP- en Arbo-regels staan nu overzichtelijk op een informatieblad, dat alle uitzend- en weekendkrachten doornemen en ondertekenen. Hierdoor zijn de genoemde processen geborgd en zijn alle medewerkers op de juiste wijze geïnformeerd.

Adoptie-afdelingen

Een andere belangrijke verandering is het nieuw leven inblazen van de ‘adoptie-afdelingen’, om te experimenteren met nieuwe recepten en technologieën. Helaas was dit in de afgelopen jaren verwaterd, waardoor het contact tussen de afdelingen en de voedingsdienst steeds minder werd. Nu hebben de koks weer een vaste afdeling. Drie keer per maand bezoeken ze deze om de voorraad, feedback van patiënten en eventuele wensen te inventariseren.

Zo spelen de koks beter in op de daadwerkelijke situatie en geeft het nieuwe inzichten om het voedingsconcept verder te ontwikkelen, proeven en testen bij patiënten en zorgmedewerkers. Per bezoek brengen ze een kort verslag uit om eens per maand te bepreken met de Kwaliteitsadviseur Hospitality.

Innovatie op de Dialyseafdeling: meer variatie, minder verspilling

Dagelijks kiezen patiënten voor de lunch en het avondeten uit een van de zes opties van het à la carte voedingsconcept. “Voor de reguliere zorg draait een zes dagen cyclus in zeven dagen, zodat je niet elke maandag dezelfde cyclus hebt. Doorgaans hebben de patiënten die op de dialyse liggen, niet de hoofdmaaltijd, maar wel veel tussendoortjes afgestemd op wat ze mogen. Dus zonder kalium en veel eiwitten. Maar als je twee of drie dagen moest dialyseren kreeg je daar elke keer hetzelfde te eten. Dat vond ik gewoon een gemis in de service en hospitality.” Tijd voor een opknapbeurt voor het dialyse menu dus. “Toen zijn we met twee koks en de coördinator om tafel gegaan. We bedachten geschikte tussendoortjes voor de dialyse afdeling, die afgeleid zijn van de reguliere cyclus. Hierdoor hoeven we minder extra in te kopen maar kunnen we de mensen wel elke dag iets ander bieden. Ons voorstel om in de ochtend meer zoete items aan te bieden en ’s middags een nadruk te leggen op hartige opties werd hartelijk ontvangen door de zorgassistenten en de diëtisten. We houden rekening met minimale voedselverspilling maar zorgen toch voor variatie.” Na de interim-periode van Ruud is deze nieuwe werkwijze met extra aandacht voor kwaliteit en patiëntbeleving ingevoerd binnen het ETZ op de locaties Elisabeth, Tweesteden, en de polikliniek in Waalwijk.

Digitalisering provocatieaanvragen bij allergologie

De allergologieafdeling van het ETZ heeft een digitale make-over gehad. Door over te stappen op digitale provocatieaanvragen, zijn de verwarring en het verlies van aanvragen aanzienlijk verminderd. “Voorheen raakten briefjes kwijt, werden telefonische aanvragen vergeten en ontstond verwarring. Nu accepteren we alleen digitale aanvragen, wat het proces veel efficiënter maakt.” legt Ruud uit.

Deze innovatie verbeterde niet alleen de dienstverlening, maar ook de nauwkeurigheid van de allergietesten. En dat met een ‘eenvoudige’ oplossing. Via ICT is een speciaal e-mailadres opgezet voor de koks, waardoor alle aanvragen nu digitaal binnenkomen. Dit leidde tot een duidelijke afname van fouten en een verbeterde zorg voor patiënten die placebo’s nodig hebben voor een dubbelblinde voedselprovocatie.

Artsen en diëtisten zien het als een positieve verandering, ondanks de extra stappen die nodig zijn om de aanvragen digitaal te verwerken. De opzet droeg Ruud zorgvuldig over aan zijn opvolger, om samen met de Coördinator Keuken de optimalisatie voort te zetten.

Efficiënt voorraadbeheer

Ruud verbeterde ook het voorraadbeheer in het extra magazijn met serviesgoed en schoonmaakmiddelen. “Met de invoering van min-max lijsten zorgen we ervoor dat we altijd een standaardvoorraad hebben. Voorheen duurde het weken om een bestelling van bijvoorbeeld 60 waterglazen te vervullen, maar als een afdeling of locatie daar nu naar vraagt, kan voedingsadministratie deze vandaag of morgen leveren. De basisvoorraad vullen we vervolgens weer aan met behulp van de min/max-lijsten.” vertelt hij. Dit verminderde de wachttijd voor essentiële benodigdheden drastisch.

Veerkrachtig team

Ruuds inzet leidde tot een hecht team van multidisciplinaire krachten dat actief meedenkt over procesoptimalisaties. Als eindresultaat komt het de gastvrijheid en kwaliteit in de ETZ-keuken ten goede. “De afstand tussen de keuken en de zorgassistenten is nu vele malen kleiner. Medewerkers weten van elkaar wat ze doen en kunnen zelf ook inspringen. Ik heb het Lean-bord geïntroduceerd, waardoor teamleden nu zelf ideeën, opmerkingen en vraagstukken inbrengen die tot oplossingen leiden of worden aangepakt. Dit bevordert de teamgeest en stimuleert de samenwerking onderling. Het is de bedoeling dat de teams zelfstandiger functioneren en niet voor elk kleinigheidje langsgaan bij de leidinggevende.”

Sinds januari 2024 is Care Culinair een nieuwe praktijkcoach rijker. Met een achtergrond van 22 jaar in de keuken, brengt Mischa Ribbers zijn ervaringen en passie voor voeding nu naar Care Culinair. We spraken met Mischa over zijn achtergrond, ambities en visie op de toekomst van voeding in de zorg.

Ervaringen en achtergrond

Mischa’s culinaire reis begon al op veertienjarige leeftijd, en leidde hem naar diverse keukens, van lokale eetgelegenheden tot high-end restaurants. Hoewel hij op zijn 18e al een chef-kok positie bereikte, ontdekte hij toch dat dit niet de perfecte match was. ‘Het was bij Brownies en Downies waar ik voor het eerst in aanraking kwam met de zorg. Dat sprak me enorm aan en zodoende wist ik dat ik daar verder in wilde. Zo ben ik op een gegeven moment in de ouderenzorg terechtgekomen. Daar heb ik de stoute schoenen aangetrokken en een nieuw voedingsconcept ontwikkeld.’

 

Met dat voedingsconcept wilde hij ouderen meer keuze en beleving bieden. Maar hij merkte dat zijn praktische ervaring alleen niet genoeg was om zijn ideeën goed onderbouwd op papier te zetten. ‘Om die reden ben ik gestart met de deeltijd hbo-opleiding Bedrijfskunde. Daar leer ik hoe ik processen beter in kaart te brengen en te vertellen waarom we iets doen in plaats van dat het gewoon een gut feeling is. Daar begint het mee, maar je moet het daarna ook onderbouwen.’

 

Start bij Care Culinair

Mischa kwam bij Care Culinair terecht via zijn netwerk. ‘Een grappig detail is dat mijn eerste ontmoeting met Jeroen Krielaart bij de zorginstelling was waar ik destijds aan een voedingsconcept werkte. Jaren later ben ik op gesprek gekomen bij Marc en de visie van Care Culinair sprak me meteen erg aan.’ Die interesse was wederzijds en dat resulteerde in zijn rol als praktijkcoach bij de organisatie.

Niet alleen kon hij zich in de visie vinden, hij verwacht ook iets toe te kunnen voegen. ‘Ieder heeft zijn eigen specialisatie. Ik breng nieuwe perspectieven in het team en heb een frisse kijk op zaken. Ik voel ook dat dat mag, je mag hier vinden wat je vindt – dat wordt zelfs verlangd. Belangrijk is natuurlijk wel dat je er in grote lijnen hetzelfde in staat.’

 

Projecten in de praktijk

Als praktijkcoach begeleidt Mischa diverse projecten, biedt hij coaching on the job en verzorgt hij trainingen. Als we vragen naar een voorbeeld van zo’n project, vertelt Mischa: ‘Mijn eerste en meteen behoorlijk omvangrijke project voer ik uit onder de hoede van Peter Broekhof. Het omvat een optimalisatie en trainingstraject voor voedingsmedewerkers bij een zorginstelling. Ze hebben een innovatief concept bedacht, maar stuiten nu op enkele uitdagingen waarvoor ze meer structuur nodig hebben. Care Culinair is ingeschakeld om een op maat gemaakte Koken is Leuk-training te ontwikkelen.’

 

 

Impact maken in de zorgsector

‘Wat me het meest aanspreekt in het werk van Care Culinair is de focus op impact. Het idee dat elk project een groot verschil kan maken, niet alleen voor de cliënten, maar ook voor het personeel en het management van zorginstellingen, dat spreekt me enorm aan. Daar komt bij dat we eten en drinken meer op de kaart zetten én dat ook in de praktijk brengen. Het is niet slechts een theoretisch rapport, het is het daadwerkelijk implementeren van een andere manier van werken.’ Hij gelooft ook sterk dat Care Culinair een nog grotere rol kan spelen in de zorgsector en hoopt dat meer zorginstellingen de waarde ervan zullen omarmen.

 

De zorgsector moet zich ook voorbereiden op de uitdagingen die komen gaan. Mischa benadrukt daarbij het belang van langetermijndenken: ‘Eten en drinken is een belangrijk onderdeel van de dag, maar evenzo belangrijk is dat dat goed is ingericht. Door nu al te investeren, kun je bijvoorbeeld de werkdruk verlichten en grotere problemen in de toekomst voor zijn.’

 

Een toekomst vol mogelijkheden

Mischa kijkt uit naar de uitdagingen die hem te wachten staan en is vastbesloten om zijn ambities te verwezenlijken. En aan zijn enthousiasme zal het niet liggen. ‘Mijn ultieme doel is om projectleider te worden bij Care Culinair. Ik wil nog meer richting geven aan projecten en echt een verschil maken. Dat is waar ik nu naartoe werk en waar ik volle bak voor ga!’

 

Kan Mischa Ribbers of een van onze andere praktijkcoaches jou helpen met een vraagstuk? Neem vandaag nog contact met ons op voor meer informatie en ondersteuning!

 

 

Terwijl we ons steeds bewuster worden van duurzaamheid, blijft voedselverspilling een groeiend probleem. Ook bij zorginstellingen. Hoe kunnen we duurzaam omgaan met wat duurzaam is ingekocht? We spraken met Jeroen Krielaart, commercieel directeur bij Care Culinair, over pijnpunten waar zorginstellingen tegenaan lopen, maar ook over nieuwe wegen die leiden naar een duurzamere toekomst.

 

‘Het hele proces start natuurlijk met de inkoop,’ begint Jeroen Krielaart. ‘Als die niet op de juiste manier wordt gedaan, resulteert zelfs het beste proces nog in voedselverspilling. Aan de andere kant, zelfs als je duurzaam inkoopt maar de verspilling hoog is, gooi je waardevolle, duurzaam geproduceerde producten weg, vaak nog duurder ook.’

 

Visietraject combineren met de Green Deal

Hoe kun je binnen de Green Deal vereisten definiëren voor leveranciers en budgetten in balans houden? ‘Dat vraagt een gedegen visietraject,’ legt Jeroen Krielaart uit. ‘En het is cruciaal dat alle belanghebbenden, zoals de cliëntenraad, het bestuur en de directie, betrokken zijn met en het eens zijn over deze visie. In dit proces moet je voortdurend keuzes maken, omdat je niet alles tegelijk kunt realiseren. Het is mijn expertise om doelstellingen te definiëren en deze af te stemmen op de haalbaarheid, waarbij keuzes onvermijdelijk zijn.’

Maar het vastleggen van deze doelen is slechts het begin. Jeroen vervolgt: ‘Daarna begint de koppeling tussen beleid en uitvoering. Een visie formuleren is één ding, maar als je medewerkers niet begrijpen hoe zij hieraan kunnen bijdragen, blijven die doelen onhaalbaar. Begrip en draagvlak binnen het team zijn dus van vitaal belang voor succes. Care Culinair blinkt uit in het verbinden van het beleid met de operationele uitvoering. We vertalen duurzaamheidsdoelstellingen naar gerichte acties in de praktijk en zorgen daarbij altijd voor begrip en draagvlak.’

 

Plannen werkt

Om de duurzaamheidsvereisten ook echt in de praktijk te verankeren, stel je het beste een structureel training- en coachingsplan op. ‘In een dergelijk plan staat wat de zorginstelling precies wil bereiken en hoe je te werk gaat. Voedselverspilling kan dan een doelstelling of graadmeter zijn,’ legt Jeroen Krielaart uit. ‘Een generieke nulmeting geeft inzicht in het huidige verspillingsniveau. Dat is het uitgangspunt. Vanuit daar meet je met een zekere frequentie. Generiek wederom, want meten in detail kost tijd. Onze WasteWijzer app, biedt de mogelijkheid om deze gegevens afdelingsgericht vast te leggen en te analyseren. Als die algemene cijfers de verkeerde kant op gaan, kun je vaker meten, diepgaander analyseren of gesprekken aangaan om de oorzaken te achterhalen.’ Ga naar de WasteWijzer-pagina om hier meer over te weten te komen en te berekenen hoeveel kosten jouw zorginstelling kan besparen.

 

Begin bij de bron

Om voedselverspilling terug te dringen, is het identificeren van deze oorzaken namelijk cruciaal. Zo achterhaal je of je te veel uit de voorraad weggooit, te veel klaarmaakt of er te veel van het bord in de afvalbak belandt. Jeroen Krielaart illustreert: ‘Problemen met de smaak kunnen wijzen op leverancierskwesties of gebrek aan kennis en kunde bij de medewerkers. Maar als het slechts op één afdeling terugkomt, kan het bijvoorbeeld liggen aan persoonlijke voorkeuren. Dan is het zaak om te kijken of er genoeg kennis is over cliënten of dat er te weinig rekening wordt gehouden met individuele wensen. Soms is het ook een kwestie van regenereren tot wel 95 graden, waardoor smaak en consistentie verloren gaan. Hier is educatie belangrijk.’

 

‘We zien in de praktijk dat een goed opgeleid en begeleid team resulteert in minder verspilling en het wordt eenvoudiger om binnen budgetten te blijven en zelfs extra’s te realiseren. Het tegenovergestelde leidt tot verspilling, klachten en heeft directe gevolgen voor het werkplezier van de medewerkers. Het is veel bevredigender om met aandacht en expertise voor de cliënten te zorgen dan te werken onder beperkte omstandigheden waar eigen inbreng niet wordt gewaardeerd. Zo kunnen we met duurzaamheidsaspecten juist die vastgeroeste patronen doorbreken,’ duidt Jeroen Krielaart.

 

 

Betrek iedereen bij de duurzame aanpak

‘Het is van belang dat duurzaamheid niet slechts een abstract idee blijft, losstaand van je operationele processen,’ benadrukt Jeroen Krielaart. ‘Het moet juist volledig geïntegreerd worden in alle aspecten van je bedrijfsvoering en je beheersing daarvan. Dit raakt de kern van het werk voor je medewerkers. Als zij hierin betrokken worden, ontstaat een drive om actie te ondernemen. Ik zou zelfs adviseren om dit leuk te maken, om er een soort wedstrijd van te maken waarin je gezamenlijke resultaten viert. Dat brengt het tot leven, en dan zie je echt verandering optreden.’

 

Interne borging

Borging is de sleutel tot succes. Jeroen Krielaart belicht deze onmisbare factor: ‘Met borging zorg je ervoor dat het proces goed blijft verlopen.’ Maar hoe geef je dit vorm? Dat begint met het nauwkeurig afstemmen van taken en rollen. ‘Het draait om het inbedden van verantwoordelijkheden, of het nu gaat om een afzonderlijke functie of een uitbreiding van de rol van een medewerker. Dat hangt net zo goed af van een helder functiehuis als van dit samen als team implementeren en levend houden,’ verduidelijkt Jeroen Krielaart. ‘Bij Care Culinair omarmen we het ‘culinair coachen’ als rol die op verschillende manieren kan worden ingevoerd binnen de zorginstelling, afhankelijk van de structuur van de organisatie.’

 

Hoewel er geen voorschriften zijn, ligt er wel een vaste basis in het culinair coachen. ‘We zorgen ervoor dat teams begrijpen hoe ze te werk moeten gaan en vooral: hoe ze dat samen kunnen doen op verschillende afdelingen. Het doel? Mensen leren hoe ze kunnen organiseren en coachen zonder te pushen,’ aldus Jeroen Krielaart. ‘Het draait allemaal om samenwerking en begeleiding.’ Het implementeren ervan vereist overigens wel een zorgvuldige balans. ‘Het vraagt om de juiste ondersteuning, op operationeel niveau en vanuit het beleid,’ voegt Jeroen Krielaart toe.

 

Kostenbesparing door het terugdringen van voedselverspilling

Het reduceren van voedselverspilling reikt overigens verder dan alleen efficiënter gebruik van middelen en een duurzamer proces. De kosten die je bespaart opent ook deuren naar andere initiatieven. ‘Het benutten van besparingen voor activiteiten die het team ten goede komen toont niet alleen waardering, maar bevordert ook de betrokkenheid bij het verminderen van verspilling,’ besluit Jeroen Krielaart.

 

Meer weten over het verminderen van voedselverspilling in zorginstellingen? Neem vandaag nog contact met ons op voor meer informatie en ondersteuning!